Aanpassingen NOW-regeling

 

De wijzigingen in de NOW-regeling die 1 mei jl. wel bekend zijn geworden betreffen de volgende zaken:

  • Aanpassing concernregeling
  • Instemming openbaarmaking gegevens NOW-subsidiedossier
  • Samenloop NOW en loonkostensubsidie
  • Buitenlands bankrekeningnummer

 

Aanpassing concernregeling


 

Het kabinet heeft de aangenomen motie in de Tweede Kamer opgevolgd en de concernregeling aangepast. Het is sinds 5 mei 2020 toegestaan dat individuele werkmaatschappijen van een concern subsidie voor hun loonkosten aanvragen op basis van de omzetdaling van de werkmaatschappij - in plaats van op concernniveau - als er bij het concern sprake is van minder dan 20% omzetdaling. Uit een accountantsverklaring zal moeten blijken dat er sprake is van minder dan 20% omzetdaling op concernniveau en dat er sprake is van ten minste 20% omzetdaling op het niveau van de werkmaatschappij.
De omzetdaling wordt uitgedrukt in hele procenten en afgerond naar boven. Vervolgens bepaalt de hoogte van de omzetdaling bij de werkmaatschappij de hoogte van de NOW-subsidie. Voor concerns die een omzetdaling van ten minste 20% hebben, geldt dat zij gewoon gebruik kunnen maken van de hoofdregel, waarbij de omzetbepaling bepaald wordt op concernniveau. Voor hen geldt deze afwijkingsmogelijkheid niet.

 

Let op!


Het moet gaan om dezelfde referentieperioden: maart-april-mei, april-mei-juni of mei-juni-juli. Als verschillende werkmaatschappijen van het concern apart aanvragen zullen zij ook dezelfde periode moeten opgeven. Dit geldt niet voor het percentage aan omzetverlies.

 

Voorwaarden


Aan de afwijkingsmogelijkheid zijn de volgende voorwaarden verbonden:

  1. de subsidieaanvraag - het voorschot - is gedaan na 5 mei 2020;
  2. het is geen personeels-bv. Personeel-bv’s moeten altijd uitgaan van omzetdaling op concernniveau;
  3. de werkgever handelt in overeenstemming met een overeenkomst over werkbehoud, die hij voorafgaand aan de subsidieaanvraag is aangegaan - inclusief dagtekening - met de belanghebbende verenigingen van werknemers. Zijn die er niet, dan met een andere vertegenwoordiging van werknemers. Bij werkmaatschappijen met minder dan 20 werknemers volstaat een akkoord van een vertegenwoordiging van werknemers;
  4. het groepshoofd (met consolidatieplicht artikel 2:406 BW) of de moedermaatschappij (artikel 2:24a BW) verklaart voorafgaand aan de aanvraag dat over 2020 geen dividenden aan aandeelhouders zullen worden uitgekeerd of bonussen - waaronder mede begrepen winstdelingen – aan de Raad van Bestuur en directie van het concern en de rechtspersoon of vennootschap waarop dit artikel wordt toegepast. Ook verklaart zij voordat de aanvraag wordt ingediend dat er geen eigen aandelen zullen worden ingekocht door de rechtspersonen binnen de groep tot en met de datum van de vergadering, waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021. Met dividend worden gelijkgesteld andere winstuitkeringen aan derden buiten de groep.
  5. de andere rechtspersonen of vennootschappen binnen een groep voeren geen opdrachten of projecten uit die ten koste kunnen gaan van de rechtspersoon of vennootschap, waarvoor de omzetdaling met toepassing van dit artikel wordt bepaald; en
  6. de omzetdaling van de groep bedraagt minder dan 20% in de gekozen meetperiode. Aanvragen die eerder dan 5 mei 2020 zijn ingediend, zijn uitgegaan van een omzetdaling van minstens 20% op concernniveau, komen niet in aanmerking voor deze wijziging, omdat de voorwaarde is dat het concern minder dan 20% omzetdaling heeft. Wat nu als er bij de aanvraag van het voorschot een omzetdaling van ten minste 20% voor het concern opgegeven, terwijl dat in werkelijkheid minder blijkt te zijn? In dat geval kan - gelet op voorwaarde a - niet alsnog een aanvraag worden ingediend voor een werkmaatschappij.

 

Controlewaarborgen


Met het oog op het beperken van strategisch gedrag worden een aantal voorwaarden en waarborgen voorgesteld. Over de uitwerking en vertaling hiervan naar controlestandaarden voor accountants is momenteel - zoals hiervoor al vermeld - overleg gaande met de NBA. Accountants zullen over deze en de eerdere voorwaarden onderzoek doen naar de toepassing ervan door de werkmaatschappij en dit dus ook mee moeten nemen in hun controle.

 

Geen werkzaamheden overdragen aan andere werkmaatschappijen van het concern


De andere werkmaatschappijen mogen geen opdrachten of projecten uitvoeren die ten koste gaan van de werkmaatschappij, die de subsidie aanvraagt, die dit normaal gesproken zou uitvoeren en die voor die andere werkmaatschappij afwijkend zijn. Het is dan ook niet toegestaan in of over de meetperiode op een laat of later moment opdrachten om te boeken naar een andere werkmaatschappij. Dit betekent dat de subsidievragende werkmaatschappij geen (gebruikelijke) werkzaamheden mag overdragen aan andere werkmaatschappijen binnen het concern. Dit geldt voor de werkzaamheden behorende tot de omzet van de subsidievragende werkmaatschappij - zoals opgenomen in de jaarcijfers 2019 - of, als deze cijfers ontbreken, de jaarcijfers 2018.

 

Correctie omzetdaling bij uitlening werknemers


Als werknemers van de werkmaatschappij in het subsidietijdvak activiteiten ondernemen bij een andere entiteit binnen het concern, moet bij de vaststelling van de subsidie de omzetderving van de werkmaatschappij worden verlaagd met de daaruit voortvloeiende (theoretische) omzet. Dit voorkomt dat door schuiven met personeel de loonkosten, die bij andere werkmaatschappijen via die omzet gedekt worden, voor financiering in aanmerking komen. Deze personen zijn immers gewoon aan het werk voor het concern en de omzet en resultaten van die activiteiten komen ook toe aan het concern (en de aandeelhouders). Voorwaarde is dat de grondslagen en normale procedures voor uitlening niet aangepast mogen worden. Voor deze berekening wordt uitgegaan van de omzet per loonkosteneenheid, zoals deze in de werkmaatschappij in 2019 is gegenereerd. Aanvullend personeel (dus geen vervanging) dat pas sinds februari 2020 verloond wordt, telt hier niet bij mee (daar kan namelijk ook geen subsidie voor worden ontvangen). Indien een werkmaatschappij de omzet al op deze manier corrigeert via facturering en men aan deze voorwaarde voldoet, hoeft de omzetdaling natuurlijk niet dubbel te worden gecorrigeerd. Dit wordt door de accountant onderzocht.

 

Transferpricingsysteem mag niet worden aangepast

Het transferpricingsysteem zoals die is gehanteerd in de jaarrekening 2019 of de laatst vastgestelde jaarrekening, is leidend voor de meetperiode 2020 en mag niet worden aangepast. Dit voorkomt ten dele dat met omzet geschoven wordt door extra verhoging of verlaging van interne doorbelastingen. In de regeling wordt namelijk niet verplicht gesteld dat het moet gaan om externe omzet. Reden daartoe is dat er anders een discrepantie kan ontstaan tussen concerns die hun externe omzet wel via een ‘verkoop-bv’ laten lopen en concerns die een iets andere juridische structuur hebben. Als dit niet goed door de werkmaatschappij wordt berekend, moet de omzet worden herberekend op basis van de eerder gehanteerde interne verrekenprijzen.

 

Toerekening mutatie voorraden gereed product aan omzet werkmaatschappij


Dit beperkt het risico van schuiven met voorraden. Bijvoorbeeld: een productie-bv produceert goederen en verkoopt deze normaal direct aan de verkoop-bv. In de meetperiode houdt de productie-bv die goederen in voorraad, met een lagere omzet tot gevolg. Dat leidt ertoe dat de omzetdaling toeneemt, terwijl de activiteiten niet of slechts beperkt afnemen. Daarom wordt deze bijzondere voorwaarde voorgesteld voor werkmaatschappijen. De accountant zal onderzoeken of de werkmaatschappij dit heeft gedaan in de omzetberekening.

 

Instemming openbaarmaking gegevens NOW-subsidiedossier


Via de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) kan informatie worden opgevraagd over bestuurlijke aangelegenheden, ook in het kader van de NOW. Zonder nadere regelgeving zou bij een Wob-verzoek in elk geval eerst de zienswijze van de subsidieontvanger moeten worden gevraagd. Dit zou veel administratieve lasten met zich meebrengen. Daarom is nu bepaald dat de subsidieaanvrager door het indienen van een subsidieverzoek geacht wordt in te stemmen met het eventueel openbaar maken van informatie uit zijn subsidiedossier. Deze ‘automatische toestemming’ ziet uitsluitend op gegevens die het meest van belang zijn voor de transparantie over de besteding van de publieke middelen, zonder bedrijfsgevoelige informatie prijs te geven. Het gaat hierbij om naam en het adres van de werkgever, het verstrekte voorschot en de vastgestelde subsidie.

 

Samenloop NOW en loonkostensubsidie


Werkgevers die naast loonkostensubsidie van de gemeente ook NOW-subsidie ontvangen, hoeven de gemeente hierover niet meer te informeren. Deze verplichting in de NOW-regeling is geschrapt. Eerder was al besloten om de dubbele financiering van loonkostensubsidie en NOW-subsidie te accepteren.

 

Buitenlands bankrekeningnummer


In de oorspronkelijk NOW-regeling was als voorwaarde opgenomen dat een werkgever met een buitenlands rekeningnummer binnen vier weken de NOW-aanvraag moest aanvullen met een Nederlands bankrekeningnummer. In de praktijk bleek dat het in veel gevallen onmogelijk was om aan deze voorwaarde te voldoen. Daarom is besloten om de NOW-regeling NOW aan te passen. Werkgevers met een niet-Nederlands
SEPA-bankrekeningnummer hoeven niet langer een Nederlands bankrekeningnummer aan te leveren.

 

Vragen over de NOW regeling? Neem contact met ons op via onderstaande gegevens.