Fiscaliteit en loonheffingen

 

Versoepeling urencriterium voor de zelfstandigenaftrek

Ondernemers hoeven tijdelijk niet aan het urencriterium (1.225 uren per jaar, 23,5 uren per week) te voldoen om de zelfstandigenaftrek te benutten. In de periode maart 2020 t/m mei 2020 wordt ervan uitgegaan dat zij – per definitie – ten minste 24 uren per week voor hun onderneming hebben gewerkt, ook als dat niet daadwerkelijk is gebeurd, bijvoorbeeld vanwege de lockdown. De versoepeling wordt ook mogelijk gemaakt voor sterk seizoensafhankelijke branches, zoals de horeca en festivalbranche.

 

Eerder verlies 2020 verrekenen via coronareserve

Een andere fiscale maatregel betreft de geschatte verliezen van 2020 in de vennootschapsbelasting. Die mag de bv dit jaar al als fiscale coronareserve verrekenen met de winst van 2019. De fiscale coronareserve mag niet hoger zijn dan de winst van 2019. Zonder deze maatregel zou het verlies van 2020 pas kunnen worden verrekend met de winst van 2019 bij het indienen van de Vpb-aangifte over 2020, dus pas in 2021 of later.

 

Voorlopig geen beperking excessief lenen

Eind vorig jaar zou er een wetsvoorstel worden ingediend bij de Tweede Kamer, die het buitensporig lenen bij de eigen bv gaat beperken. Daarbij zou in beginsel het lenen bij de eigen bv boven een bedrag van € 500.000 vanaf 2022 belast worden als inkomen uit aanmerkelijk belang. De inwerkingtreding van dit wetsvoorstel is uitgesteld tot 1 januari 2023. Cliënten met schulden (niet zijnde eigenwoningschulden) bij de eigen bv die hoger zijn dan € 500.000, hebben dus een jaar langer de tijd om hun schuldenlast zo veel als mogelijk terug te brengen tot maximaal € 500.000.

 

Fiscale gevolgen betaalpauze hypotheeklasten versoepeld

Kredietverstrekkers zijn bereid een betaalpauze te geven van rente en aflossing voor maximaal zes maanden aan huiseigenaren die moeite hebben om hun hypotheeklasten te betalen. Het uitstellen van de betaling van hypotheeklasten heeft ook fiscale gevolgen als een hypotheek na 31 december 2012 is afgesloten. Daarop moet immers verplicht worden afgelost om de renteaftrek te mogen toepassen. Onder de bestaande fiscale regels zou dit betekenen dat je cliënt de uitgestelde hypotheeklasten in 2020 al in 2021 weer moet inlossen om de hypotheekrenteaftrek te behouden. Dit effect is ongewenst en daarom zijn de fiscale regels versoepeld.

Maakt u dit jaar gebruik van een betaalpauze voor uw hypotheeklasten, dan hoeft u de aflossingsachterstand niet al eind 2021 te hebben ingehaald. U mag deze uitsmeren over de resterende looptijd van uw hypotheek (van maximaal 360 maanden). U mag er ook voor kiezen om de resterende lening te splitsen, zodat u de betaalachterstand sneller – binnen bijvoorbeeld 5 jaar – kan afbetalen.

 

Meer vrije ruimte voor MKB-werkgevers

Het tweeschijvenstelsel in de berekening van de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) is verruimd. De vrije ruimte voor het jaar 2020 wordt namelijk verhoogd van 1,7% naar 3% over de eerste € 400.000 loonsom. Daarboven reken je met 1,2% over de resterende loonsom. Dit is namelijk niet gewijzigd.

 

Wat houdt de verruiming concreet in?

Hierna volgen enkele voorbeelden van hoe deze verruiming van de werkkostenregeling concreet uitwerkt:

 

Loonsom (€)

Vrije ruimte voor de maatregel (€)

Vrije ruimte na de maatregel (€)

Verruiming als bedrag (€)

Verruiming in %

200.000

3.400

  6.000

2.600

76%

400.000

6.800

12.000

5.200

76%

800.000

11.600

16.800

5.200

45%

4.000.000

50.000

55.200

5.200

10%

 

Concernregeling gooit roet in het eten

De WKR-eindheffing wordt per werkgever berekend. Maar bestaat het bedrijf uit verschillende bv’s, waarbij werknemers op de loonlijst staan? Dan wordt mogelijk de ‘concernregeling’ toegepast. De eindheffing bereken je dan over het totale fiscale loon van alle bv’s die tot het concern behoren. Als je daardoor de grens van € 400.000 overschrijdt, kun je geen gebruikmaken van de verruiming van de vrije ruimte. Controleer daarom of je beter af is zonder toepassing van de concernregeling.

 

Tijdelijk lager gebruikelijk loon

Het (fictieve) loon wordt normaliter ten minste gesteld op het hoogste bedrag van de volgende bedragen:

  • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
  • het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn;
  • € 46.000.

Slechts in heel bijzondere situaties kan een lager loon worden gehanteerd. Maar tijdens de coronacrisis wordt hierop een uitzondering gemaakt bij veel omzetverlies. Als de bedrijfsresultaten door de coronacrisis zijn verslechterd, mag je een lager gebruikelijk loon in aanmerking nemen.

Let op! Als achteraf de impact op het bedrijfsresultaat blijkt mee te vallen, kan de Belastingdienst het standpunt innemen dat het gebruikelijk loon niet kan worden verlaagd.

 

 

 

Sociale zekerheid

 

Tozo ook voor grenswerkers en AOW-gerechtigden

Ondernemers die in Nederland wonen maar een onderneming hebben in een ander EU-land komen sinds kort in Nederland in aanmerking voor de inkomensondersteuning van de ‘Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)’. Op de lening in de Tozo kunnen zij echter geen beroep doen. Voor financiële ondersteuning van hun onderneming zijn zij aangewezen op het land waar hun bedrijf is gevestigd.

Ondernemers uit een ander EU-land, met een bedrijf in Nederland? In dat geval kunnen deze ondernemingen in Nederland gebruikmaken van de lening in de Tozo. Voor de inkomensondersteuning zijn zij dan aangewezen op hun woonland.

 

AOW-gerechtigden

Bent u een AOW-gerechtigde zelfstandige? In dat geval komt u niet in aanmerking voor de inkomensondersteuning, maar sinds kort wel voor de lening in de Tozo.

 

Tijdig aanvragen

Grenswerkers of zelfstandigen met een AOW-uitkering die gebruikmaken willen maken van de Tozo, moeten hun aanvraag uiterlijk 31 augustus 2020 hebben ingediend. Dat kan met terugwerkende kracht tot 1 maart 2020.

 

Oproepkrachten en NOW-regeling: ondernemers pas op uw tellen

Een werkgever spreekt met een oproepkracht geen vaste uren af en de oproepkracht krijgt alleen de gewerkte uren betaald. Er is dus sprake van een wisselend inkomen. In de arbeidsovereenkomst met de oproepkracht wordt vaak standaard de uitsluiting van de loondoorbetalingsplicht opgenomen. Dit houdt in dat als er geen werk is, er ook geen loon zal worden betaald. Oproepkrachten die 3 maanden iedere week zijn opgeroepen of tenminste 20 uur per maand hebben gewerkt, kunnen zich beroepen op het zogenaamde rechtsvermoeden. Op basis hiervan kunnen zij loon vorderen. Een werkgever kan dit echter in elk geval voor de eerste 6 maanden bestrijden met verwijzing naar de hiervoor genoemde uitsluitingsclausule. Het kan overigens wel zo zijn dat de CAO een afwijking kent. De overheid heeft niettemin aan werkgevers verzocht om ook aan oproepkrachten het loon door te betalen in het kader van de NOW-regeling. Behoud van werk staat hier voorop. Hier komt echter ook een potentieel gevaar om de hoek kijken voor de werkgever. Het onverplicht doorbetalen van loon zou de werknemer immers in de kaart kunnen spelen, doordat hij/zij zich na afloop van de crisis op het standpunt zou kunnen stellen dat hierdoor een verworven recht is ontstaan. Het is voor ondernemers die gebruik maken van de NOW-regeling en het loon gaan doorbetalen, dan ook zaak om duidelijk te maken aan de oproepkracht dat het hier enkel om loonbetaling uit coulance gaat.

 

NOW-subsidie bij andere buitengewone omstandigheden

De NOW-regeling geldt voor situaties waarin sprake is van een omzetdaling van ten minste 20% over een 3-maandsperiode wegens buitengewone omstandigheden. Deze omzetdaling wordt dan niet gerekend tot het normale ondernemersrisico. De uitbraak van het coronavirus is de bijzondere omstandigheid die aanleiding was om de werktijdverkortingsregeling te vervangen door de NOW-regeling. Toch kan de NOW-subsidie ook worden benut in andere bijzondere omstandigheden die ten minste 20% omzetdaling tot gevolg hebben. Zo kan de werkgever ook NOW-subsidie aanvragen bij omzetdaling door een brand in zijn/haar bedrijf of door de PFAS- en stikstofcrisis.

 

Toegang TOGS-regeling uitgebreid

Meer ondernemers kunnen gebruikmaken van de TOGS-regeling – het Noodloket, de eenmalige, belastingvrije tegemoetkoming van € 4.000. De regeling is uitgebreid naar nevenactiviteiten en zorgondernemers.

 

Nevenactiviteiten

Komt een onderneming voor zijn/haar geregistreerde hoofdactiviteit niet in aanmerking voor de TOGS-regeling, dan kan hij/zij op basis van de geregistreerde SBI-code voor één van zijn/haar nevenactiviteiten mogelijk wel aanspraak maken op deze regeling. Je moet dan uitsluitend op basis van deze nevenactiviteit voldoen aan de minimumeisen qua omzetverlies en vaste lasten (beiden € 4.000). Ook moet de SBI-code voor de nevenactiviteit op 15 maart 2020 ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel. Een eerder ingediende aanvraag voor een nevenactiviteit die het RVO al heeft afgewezen, wordt binnen enkele dagen opnieuw in behandeling genomen.

 

Zorgondernemers

Ook zorgondernemers, zoals tandartspraktijken en fysiotherapeuten, kunnen gebruikmaken van de TOGS-regeling. Zij komen echter alleen voor het Noodloket in aanmerking als zij

  • na aftrek van andere tegemoetkomingen (bijvoorbeeld van zorgverzekeraars); én
  • na gebruik van andere coronasteunmaatregelen van de overheid,

verwachten in de periode 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020 ten minste € 4.000 omzetverlies te lijden en ten minste € 4.000 vaste lasten te hebben. Bij de aanvraag moeten zij hierover een verklaring bijvoegen. De RVO controleert achteraf of de zorgondernemer terecht de ondersteuning heeft gehad. Daarbij kan om bewijsstukken worden gevraagd, zoals een kopie van de omzetgegevens of de btw-aangifte over 2019 of 2020 of van stukken waaruit de hoogte van de andere tegemoetkomingen blijkt.

 

Thuiszorgwinkels

Thuiszorgwinkels vallen ook onder de groep gedupeerde zorgondernemers. Zij vallen onder de SBI-code 47.74.2. Omdat onder deze code ook andere ondernemingen vallen, is binnen deze SBI-code een specificatie opgenomen zodat alleen thuiszorgwinkels kwalificeren voor de TOGS-regeling. De aanvrager die onder deze SBI-code valt, moet verklaren dat de onderneming een thuiswinkel is.

 

 

 

Financiering

 

Versoepeling criteria voor BMKB

Mkb-bedrijven met een gezond toekomstperspectief maar die in liquiditeitsproblemen zijn gekomen door de coronacrisis, kunnen tijdelijk onder gunstiger voorwaarden gebruikmaken van de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB). Deze regeling is tijdelijk opnieuw verder verruimd om financiering voor ondernemers toegankelijker te maken. Zo is de looptijd nu verruimd naar 4 jaar. Ook is de toegang laagdrempeliger gemaakt doordat behalve via een liquiditeitsprognose ook via een omzettoets toegang kan worden verkregen tot de BMKB. Eerder deze maand werd het premiepercentage van de BMKB al verlaagd van 3,9% naar 2% en het budget verhoogd van € 765 miljoen naar € 1,5 miljard. Bovendien kunnen sindsdien ook non-bancaire financiers zich accrediteren om hun klanten te financieren met een BMKB-krediet.

 

Verruimde GO-regeling van start door goedkeuring EC

De voorgestelde verruimingen van de Garantie Ondernemersfinancieringsregeling (GO-regeling) zijn door de Europese Commissie goedgekeurd. Daardoor is de verruimde regeling sinds 29 april jl. opengesteld. Het budget is verhoogd van € 1,5 miljard naar € 10 miljard. Daarnaast is het garantiepercentage verhoogd van 50% naar 80% voor grootbedrijven en naar 90% voor het MKB, mits zij getroffen zijn door de coronacrisis. De looptijd van de GO-regeling is zes jaar.

 

Start specifiek krediet voor innovatieve bedrijven

De aangekondigde specifieke kredietmogelijkheid voor startups, scale-ups en andere innovatieve bedrijven die getroffen zijn door de coronacrisis, is sinds 29 april 2020opengesteld. De kredietmogelijkheid heeft de naam ‘Corona-Overbruggingslening (COL)’ meegekregen en kan worden aangevraagd bij de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s). De COL varieert tussen de € 50.000 en € 2 miljoen en de rente bedraagt 3%. Bij een COL-aanvraag boven de € 250.000 wordt 25% cofinanciering verwacht van aandeelhouders of andere investeerders. De ROM’s willen aanvragen tot € 500.000 binnen 4 tot 9 werkdagen afhandelen. Aanvragen boven € 500.000 willen ze binnen 3 werkweken hebben afgehandeld.

 

Ook budget voor investeringsfondsen verhoogd

Ook het budget dat het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) beschikbaar stelt voor investeringsfondsen (de Budget SEED Capital-regeling) wordt verhoogd: van
€ 22 miljoen naar € 32 miljoen. Het ministerie van EZK ondersteunt met dit budget innovatieve ondernemingen, waaronder startups op technologisch (zoals hightech en eHealth) en creatief gebied bij het verkrijgen van risicokapitaal vanuit investeringsfondsen.

 

Ga naar de overzichtspagina info Coronavirus

Ga naar de homepage